Drie decennia steun aan de gezondheidszorg van de Pokot in Kenia

In 1982 werd de Stichting Medische Hulp Kenia (SMHK) opgericht. Al drie decennia lang verstrekt deze Nederlandse stichting geld en advies aan de betrokkenen bij de gezondheidszorg in een afgelegen, arm gebied in Kenia, aan de grens met Oeganda. Het is een gebied, waar Nederland al vanaf de jaren '70 een speciale band mee heeft . Het betreft hulp van de Nederlandse overheid en steun van particuliere organisaties, waarvan de SMHK er een is. Vanaf het begin heeft het AMC een grote rol gespeeld bij de financiering van de SMHK activiteiten. De vitrine met wisselende foto's en tentoongesteld materiaal in het AMC zelf getuigt daarvan, maar ook de betrokkenheid van (oud-)AMC‘ers bij het Stichtingsbestuur.

Hulpposten
De steun die de SMHK in die dertig jaar heeft verstrekt, geeft de veranderingen weer, die ook te zien zijn in het denken over ontwikkelingssamenwerking. In de jaren '80 en '90 werkten er Nederlandse artsen in het ziekenhuis van de plaats Kapenguria en die bevorderden van daaruit de basisgezondheidszorg in het district. Dat gebeurde toen vooral door het bouwen van kleine hulpposten. De bedoeling was om alle Pokot toegang te geven tot zo'n hulppost op niet meer dan 7 kilometer van hun woning. Mede dankzij de SMHK staan nu in grote delen van het district dergelijke hulpposten. Een tweede belangrijke activiteit was (en is) de steun aan twee tuberculosedorpen, waar zieken onder strikte begeleiding genezen van deze veel voorkomende besmettelijke ziekte. Ook werd steun verleend aan delen van het ziekenhuis, waar vanuit de Keniaanse overheid (nog) geen geld voor was. Een orthopedische werkplaats was er daar een van. Nederlandse dokters opereerden toen de nog veel voorkomende poliopatiënten en in de orthopedische werkplaats kregen ze vervolgens aangepaste schoenen en beensteunen om te lopen. In de orthopedische werkplaats werden toen en nu nog steeds prothesen gemaakt. Ook was er contact met het missieziekenhuis in de plaats Ortum en op een bepaald moment werd besloten om een bestaande opleiding voor verpleegsters uit te breiden met een opleiding voor verplegers, waarvoor gebouwd moest worden. In die tijd ging het in Nederland opgehaalde geld rechtstreeks naar de Nederlandse dokter. In de jaren '90 hield de Nederlandse overheid op met het uitzenden van 'tropenartsen'. De SMHK ging toen over tot het oprichten van een plaatselijke niet-gouvernementele organisatie, de Netherlands Harambee Foundation for Health (NHF-h). De leiding kwam in handen van gerespecteerde lokale mensen en er werd een lokale secretaris aangesteld.

Opleidingen 
Gaandeweg verschoof de steun van 'hardware' naar 'software'. De gebouwtjes voor medische hulpposten en verplegend personeel stonden er en werden ook onderhouden door dorpscomités, maar het ontbrak aan goed opgeleide, lokale mensen die als verplegers en verpleegsters in die vaak geïsoleerde centra konden gaan werken. Een belangrijke prioriteit van de NHF-h werd het steunen van jonge mensen bij hun opleiding tot werker in de medische zorg. Een paar honderd van die lokale mensen zijn ondertussen opgeleid en overal in het district zijn ze nu aan het werk, deels bij de medische hulpposten van de overheid, deels bij die van de dorpscomités zelf (vaak gesteund door een kerkgenootschap), maar steeds meer ook als particuliere hulpverstrekker, bijvoorbeeld als manager van een dorpsapotheek. Steun vanuit Nederland maakte het ook mogelijk dat er vanuit de staf van het ziekenhuis goed inzicht was in de noden van de verafgelegen gebieden. 
De districten in het Pokotgebied hebben mede dankzij drie decennia SMHK-steun nu een stelsel van gezondheidszorg, dat je met recht 'primaire gezondheidszorg' mag noemen. Er werken nu ook goed
opgeleide, lokale mensen, waardoor niet alleen gezondheidsproblemen kunnen worden aangepakt dicht bij de mensen thuis (het lijkt wat op ons systeem van huisartsen, maar dan op basaler niveau),
maar er ook werkgelegenheid is geschapen en mensen het gevoel hebben gekregen dat ze niet alleen staan bij hun strijd om het bestaan. De jarenlang volgehouden Nederlandse steun wordt erg op prijs gesteld.
Dat wil allemaal niet zeggen dat de medische en ontwikkelingsproblemen voorbij zijn. Ondanks al zijn mogelijkheden heeft Kenia moeilijke periodes meegemaakt en de armoede is er nog lang niet overwonnen. Het is nu wel zo dat er aanmerkelijk meer geld dan voorheen door de overheid gestopt wordt in de basale zorg. Op districtsniveau zijn er nu meer mogelijkheden om zelf problemen aan te pakken, met geld dat niet alleen van 'donoren' maar ook van belastingen die de (rijkere) Kenianen betalen aan de overheid. Voor hen die het kunnen betalen worden er ook hogere bijdragen verwacht voor medische dienstverlening.

Betere toegang
De SMHK wil een bijdrage blijven leveren aan de nog steeds nodige medische ontwikkelingssamenwerking, samen met haar lokale partner de NHF-h. Deze kreeg in 2012 een vernieuwd bestuur en een energieke nieuwe secretaris. Allereerst blijft er de steun voor de tuberculosebestrijding en voor het opleidingsfonds voor gezondheidswerkers voor West Pokot. Daarnaast wil de SMHK zich meer gaan focussen op de oorzaken van de nog steeds hoge moeder- en kindsterfte, de nog steeds ernstige tuberculose en malariaproblemen, en aan de frequente en ernstige vormen van ondervoeding als gevolg van de af en toe voorkomende ernstige droogten, met grote consequenties voor gewasoogsten en voor het vee van de half-nomadische mensen in Pokot. De basisinfrastructuur is er nu: beetje bij beetje, maar gestaag opgebouwd. De overheidsmiddelen zijn nu ruimer om de gebouwen zelf beter te onderhouden en om de salarissen en andere kosten van het medische personeel beter te betalen. De bevolking heeft nu een veel betere toegang tot de basisgezondheidsvoorzieningen dan dertig jaar geleden. Maar de armoede is niet weg en ziektes eisen nog steeds hun tol. De SMHK beschikt over een netwerk met daarin de lokale Universiteit van Eldoret en Nederlandse kennisinstellingen om de stap naar verdere kwaliteitsverbetering van de medische zorg in West Pokot te maken. De steun van het AMC daarbij blijft nodig en wordt ook zeer op prijs gesteld zowel door de SMHK als door de NHF-H en de bevolking van het Pokotgebied. Verbetering van de gezondheidszorg is, om in sporttermen te spreken, geen sprint, maar vergt - zeker in Afrikaanse gebieden als Kenya - een strijd, waarvan de overwinning moeizaam bevochten wordt en dus uithoudingsvermogen, (tijd) en helaas ook de nodige financiële inzet vergt.